Van | Proces-, Programma- en Projectmanagement | |
|---|---|---|
Project | Nieuwe Ruimtelijke Initiatieven | |
Project(risico)profiel | Midden | |
Project nummer OneWorld | 54360009 | |
Begrotingsdoel | 3.1.1 We werken aan een toekomstbestendig Zwolle door het versterken van de fysieke leefomgeving binnen het kader van de Omgevingswet | |
Voortgang betreft de afgelopen periode met peildatum : 1 januari 2026
Bestuurlijke opdrachtgever : G. Rots
Project omschrijving
Deze voortgangsrapportage beschrijft de voortgang van de nieuwe ruimtelijke initiatieven (NRI’s) in de stad. Het gaat vooral om ontwikkelingen op particuliere gronden waarvoor een planologische procedure voor doorlopen moet worden.
Het zijn minder complexe projecten die na bespreking aan de initiatieventafel en het planbegeleidingsteam niet via de routekaart worden opgepakt. De projectleiders begeleiden de plannen tot aan het moment waarop een Omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Ze blijven daarna voor de initiatiefnemers het eerste aanspreekpunt totdat de plannen gerealiseerd zijn. Het doel is om efficiënt en zorgvuldig van planidee tot realisatie te komen.
Gedurende de begeleiding blijft de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het doorlopen van het proces om het plan te realiseren. De gemeente neemt hierin een faciliterende/begeleidende rol.
Woningbouwproductie
Binnen de nieuwe ruimtelijke initiatieven worden er verschillende (type en aantallen) woningen gerealiseerd. Omdat wij zelf niet de initiatiefnemer zijn (en daarmee een beperkte invloed hebben op de voortgang van een initiatief), is het voor de nieuwe ruimtelijke initiatieven lastig om een exacte planning te geven wanneer woningen worden opgeleverd. Voor de grote woningbouwprojecten werken we wel met een projectplanning die met initiatiefnemers wordt gedeeld.
Financiën
De begeleiding van het plan wordt gedeeltelijk gefinancierd uit het budget ruimtelijke plannen. Het financiële risico voor de gemeente is echter beperkt omdat het eerste kostenverhaal al in een vroegtijdig stadium wordt verzekerd op het moment dat een initiatief als “kansrijk” wordt beoordeeld. We leggen dit vast in een procesbrief. Naast de kosten voor planbegeleiding worden de kosten voor het opstellen van een anterieure overeenkomst en de planologische procedure verhaald op de initiatiefnemer.
Fase van het project / stand van zaken
Op dit moment begeleiden we 50 initiatieven in verschillende fases van het NRI-proces. In de meeste plannen is er sprake van toevoeging van woningen, zowel binnenstedelijk als in het buitengebied in het kader van de kwaliteitsimpuls groene omgeving (KGO). Het gaat om 26 woningbouwplannen, 12 KGO’s in het buitengebied (doorgaans 1 woning per KGO) en 12 overige initiatieven zoals transformatie van bestaand vastgoed.
Toelichting op de grootste risico’s
De afgelopen jaren is er bij elke risicoanalyse scherp gekeken naar de selectie van de risico’s. Aanvankelijk deden we dit voor ieder initiatief afzonderlijk, echter kwamen we daarin uit op een zelfde set risico’s. We zijn daarom overgegaan op een beschrijving van algemene risico’s die zich kunnen voordoen binnen het NRI proces. We hebben geconcludeerd dat het grootste risico voor alle NRI’s is dat een procedure de eindstreep niet haalt. Hier kunnen verschillenden redenen aan ten grondslag liggen. Omdat de gemeente het proces faciliteert is de initiatiefnemer degene die het grootste risico draagt; zowel op budget als op de haalbaarheid van het plan. Hierdoor is het niet nodig om per initiatief een risicoregister aan te maken.
Risico op beperkte voortgang door beperkte capaciteit
De oorzaken voor het gebrek aan voortgang zijn divers, maar kan het gevolg zijn van beperkte capaciteit binnen de gemeentelijke organisatie. Of kan ontstaan door wisselingen onder de adviseurs die NRI’s beoordelen. We werken al een tijd met een vast team van projectleiders. En er zijn ook weinig wisselingen geweest onder de adviseurs van de adviestafels. Dit komt de continuïteit en voortgang ten goede. De capaciteit vanuit juridische planologie heeft onder druk gestaan, maar dat is het afgelopen jaar weer op sterkte gebracht. Voor de continuïteit wordt gewerkt met een dossierformulier waarin alle adviezen worden vastgelegd, zodat we minder kwetsbaar zijn bij de overdracht van NRI’s aan andere adviseurs.
Wijziging van gemeentelijk beleid kan leiden tot extra advieskosten
De kans is aanwezig dat gedurende de planvorming van een project er sprake is van wijzigingen in het gemeentelijk beleid. De initiatieven die nog in de plan- of ontwerpfase zitten moeten in dat geval (opnieuw) getoetst worden aan het gewijzigde beleid. Dit betekent dat onze adviseurs extra tijd kwijt zijn voor de toetsing. Door de invoering van de Omgevingswet is dit risico in de afgelopen periode toegenomen. In de praktijk heeft dit nog geen grote inhoudelijke consequenties gehad voor lopende initiatieven.
Plannen concurreren onderling met elkaar
Indien het aantal plannen met vergelijkbaar bouwprogramma in een bepaald gebied toenenen kan sprake zijn van onderlinge concurrentie. Het belang van het ene project kan ten koste gaan van het andere, bijvoorbeeld doordat parkeren voor het ene initiatief wel (deels) in de openbare ruimte kan worden opgelost en voor een ander initiatief deze ruimte er niet meer is. Dit risico wordt beheerst door alle NRI’s te behandelen met een vaste groep adviseurs. Dat geldt voor zowel de initiatieventafel als het planbegeleidingsteam. De uitkomsten daarvan worden in een vroegtijdig stadium teruggekoppeld aan de initiatiefnemers.
Effecten stikstof
Tot nu toe is stikstof niet erg beperkend geweest voor de NRI omdat het gaat om relatief kleine ruimtelijke ontwikkelingen met minder impact op de directe omgeving. Voor initiatieven waarbij stikstof een groter risico vormt, bijvoorbeeld vanwege de ligging nabij Natura2000, wordt in een vroegtijdig stadium de initiatiefnemer hierop geattendeerd. Hiermee willen we voorkomen dat een plan al ver is uitgewerkt, terwijl later blijkt dat ze geen doorgang kunnen vinden vanwege een te grote stikstofdepositie. Het risico is voor de gemeente beperkt aangezien het eerste kostenverhaal al in een vroegtijdig stadium plaatsvindt (na versturen van de procesbrief), en de gemeente niet de initiatiefnemer is van deze projecten.
